Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


interview_c

Interview C: Marieke Schenk

Organisatie: Leer- en Expertisepunt Open Overheid (LEOO)
Rol: Projectleider
Datum: 31 maart 2017

Wat doet Open Overheid op het gebied van open data?

LEOO is onderdeel van ICTU en werkt in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ze organiseren verschillende zaken rondom open data, o.a.:

  • Stuiveling Open Data Award: deze wedstrijd is bedoeld om het gebruik van open data te bevorderen en te stimuleren, maar ook om dit te belonen. Tijdens de wedstrijd laten ontwikkelaars zien welke mogelijke toepassingen er zijn met open overheidsdata.
  • Kennisdeling: dit doen ze door het organiseren van workshops op verschillende plekken binnen de overheid. Deze workshops zijn bedoeld om de mogelijkheden met open data bekender te maken en te laten zien waar je rekening mee moet houden als publieke organisatie. Ook publiceren ze informatieve content op hun website, zoals interviews en een vragenrubriek.
  • Kennismakelaar: indien ze vragen ontvangen die ze zelf niet kunnen beantwoorden (omdat het specialistisch is of er praktijkervaring voor nodig is), proberen professionals met elkaar in contact te brengen.
  • Advies: ook geven ze advies over open data aan beleidsmakers van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zo koppelen ze signalen vanuit de samenleving over het hergebruik van overheidsdata terug, zodat deze beleidsmedewerkers beter kunnen aansluiten met hun beleidsadviezen op de praktijk.

In vergelijking met KOOP richten ze zich minder op de technische aspecten van open data. LEOO richt zich meer op de ‘zachte kant’ van open data, zoals de organisatieveranderstukken die hierbij spelen.

Stappen jullie pro-actief af op publieke organisaties?

Ze werken meer vraaggestuurd. Ze hebben dus vooral contact met organisaties die iets willen met open data of al aan de slag zijn. Ze werken dus niet vanuit een wettelijk kader om toepassingen van open data uit te rollen in de praktijk. Wel speelt de initiatiefwet ‘Open Overheid’ op dit moment en kan er op termijn meer druk komen voor publieke organisaties om met open data aan de slag te gaan.

Waarom komen organisaties nu bij jullie langs? Wat zijn hun beweegredenen?

Op het gebied van open data is er nu wettelijk niks verplicht. Er bestaat wel de Who waarbij je op verzoek data beschikbaar moet stellen. Open data gaat echt over het pro-actief beschikbaar stellen van data en is voor iedereen beschikbaar. De motieven van organisaties om met open data aan de te gaan zijn erg divers. De motieven zijn vaak eerst extern gedreven, bijvoorbeeld om burgers beter te informeren, bedrijven kansen te geven de data te gebruiken of om burgerparticipatie vorm te geven. De meerwaarde is echter vaak meer intern te merken. Organisaties merken dat er door open data anders wordt nagedacht over de data binnen de organisatie en dit vergroot het bewustzijn om data vindbaar te maken. Open data is vervolgens vaak een reden om de interne huishouding op orde te brengen en de datakwaliteit te verbeteren.

Hoe houden organisaties hun motivatie vast om met open data aan de slag te gaan?

Dat is lastig. Er was een piek met aandacht voor open data rond 2012. Er werden toen allerlei portalen ontwikkeld, ook op lokaal niveau. Daarna merkten de overheidsorganisaties dat ze na publicatie geen inzicht hadden wat er met de data gebeurt, omdat het gebruik van open data vrij is en zonder vermelding. Dit was een stimulans om meer intern te kijken wat ze zelf met de data kunnen en wat de voordelen zijn als je datahuishouding op orde is. Een andere manier om het enthousiasme te houden is om het hergebruik van data te stimuleren, door bijvoorbeeld hackatons of challenges te organiseren. Op die manier nodig je mensen uit om actief met de data aan de slag te gaan en zie je de resultaten van het hergebruik. Ook is het besef gekomen dat lokaal aan de slag gaan met open data niet altijd heel zinvol is. Daarom worden er allerlei landelijke initiatieven georganiseerd samen met andere organisaties om data op dezelfde wijze te publiceren zodat ze goed zijn te combineren. Dit maakt de data voor gebruikers interessanter. Een voorbeeld daarvan is het initiatief Open Spending. Dit initiatief stimuleerde ook andere gemeenten om deel te nemen. Dit laat zien waar de mogelijkheden liggen als een kleine toepassing wordt opgeschaald.

Is dit ook een reactie op de kritiek dat de gepubliceerde data niet altijd interessant is en hierdoor goede toepassingen ontbreken?

Dit heeft gestimuleerd om meer naar het gebruikersperspectief te kijken. Bij de piek van de hype rondom open data in 2012 waren er hoge verwachtingen. Nu stabiliseert zich dit en is er voldoende data waarmee we iets kunnen en daarbij ook steeds meer data wordt toegevoegd waar echt waarde in zit. Een voorbeeld daarvan is Geo-data. Dat wordt veel gebruikt, maar dit gebruik is niet altijd zichtbaar. Het internationale initiatief Open Data 500 is gestart met een lijst van 500 Amerikaanse bedrijven die zouden omvallen als er geen open data meer beschikbaar is. Dit geeft inzicht in hoe belangrijk open data is, zonder dat we dat altijd merken of niet herkenbaar is als open data.

Bij de data 500 ligt de nadruk op de economische waarde van open data. Welke andere waarden komen in de praktijk naar voren?

De maatschappelijke waarde kan ook dienstverlening zijn aan burgers, zoals mobiele apps voor het openbaar vervoer. De maatschappelijke impact van open data zie je ook op andere manieren, maar die zijn vaak kleinschaliger. De data zelf heeft namelijk vaak geen maatschappelijk effect, want burgers kunnen deze data vaak niet vinden of kunnen niks met de databestanden. Daarom heb je vaak intermediairs nodig die een schakelfunctie kunnen vormen voor burgers en nuttige toepassingen. Een voorbeeld is het initiatief Budgetmonitoring waarbij buurtbewoners mee konden beslissen over hoe geld voor hun buurt wordt besteed. Daarbij levert de data input en speelt het een grote rol bij burgerparticipatie, maar uiteindelijk moet je als gemeente wel zelf het initiatief nemen om met je burgers in gesprek te gaan.

Burgerparticipatie moet dus vaak door publieke organisaties worden geïnitieerd?

Er zijn wel voorbeelden waar dit andersom gebeurt. Het initiatief Right to Challenge is een voorbeeld waarbij burgers zelf het initiatief nemen om mee te beslissen. Er zijn ook landelijke voorbeelden, zoals Open State Foundation die open data verzamelen en op een gebruiksvriendelijk manier openbaar maken. De presentatie van de data sluit zo meer aan op burgers als eindgebruiker.

Als jij advies geeft aan publieke organisaties over het gebruik van open data, zijn er dan ook dingen waarvoor je waarschuwt?

Het is belangrijk om rekening te houden met privacy. Dit wordt ook nog weleens gebruikt als excuus om geen data te publiceren, terwijl er heel veel datasets zijn die geen persoonsgegevens bevatten. Al dien je daar als organisatie wel rekening mee te houden. Er is het risico dat de combinatie van datasets (van één organisatie of van meerdere organisaties) kan leiden tot herleidbare persoonsgegevens. Hierbij is niet duidelijk hoe ver de verantwoordelijkheid reikt voor de individuele organisatie. En dat is een ingewikkeld vraagstuk.

Wat is je advies bij zo’n vraagstuk?

Om toch uit te gaan van de huidige wetgeving die er is, zoals de Wbp en Wob. Ze zijn van het standpunt om niet té voorzichtig te zijn, als je daarbij de risico’s goed afweegt en zelf geen persoonsgegevens beschikbaar stelt. Je kunt ook de grondregel van het CBS gebruik: als een eigenschap van personen minder dan 5 keer voorkomt, dan publiceren ze daar geen gegevens over omdat mensen dan wellicht te herleiden zijn. Er zijn op dit moment ook weinig voorbeelden bekend in Nederland waar het echt is misgegaan met open data. Als het misgegaan is, dan is de Wbp niet goed nageleefd of is er echt een (technische) fout gemaakt, waardoor bijvoorbeeld teveel data gepubliceerd is.

Aansprakelijkheid is ook een issue dat speelt op het vlak van datakwaliteit. Vooral als je data aanbiedt op basis waarvan mensen verkeerde beslissingen nemen. Merk je in de praktijk dat organisaties die verantwoordelijkheid voelen?

Die angst is er vaak wel, maar dit blijkt niet terecht. De verwachting is dat in Nederland hier ook niet zo snel een vervolging zal worden gestart. Vaak worden er disclaimers opgenomen bij het openbaar stellen van data. Dan ligt de verantwoordelijk bij de gebruiker en niet zo zeer bij de bronhouder.

Zijn de kosten van open data een zorg bij publieke organisaties?

Bij sommige organisaties wel. Die vragen zich af om mensen wel zitten te wachten op hun data en zien daarom niet echt een reden om te investeren. Er zijn ook genoeg organisaties waar enthousiastelingen zitten, die vinden de investering in open data sowieso een goed idee. Ook blijkt in onderzoeken naar de kosten dat open data vaak meer oplevert dan het kost.

Oplevert voor wie?

Ook voor organisaties zelf. De voordelen zitten in een verbeterde interne datahuishouding en het kan kostenbesparen doordat het openbaar publiceren van data geen licentiekosten met zich meebrengt. Wel was een deel van de desillusie van open data dat overheden zelf moesten betalen voor het publiceren van data en dat de baten op een andere plek terecht komt. Al kun je ook beredeneren dat hierdoor weer meer belasting kan worden geheven of burgers meer gemak ervaren door bepaalde toepassingen, waardoor in het grotere plaatje van de samenleving de kosten hiermee worden overstegen door de opbrengsten. Dit idee wordt nu op veel plekken gedeeld. Ook willen organisaties zo laten zien dat ze meegaan met hun tijd en innovatief zijn.

interview_c.txt · Laatst gewijzigd: 2017/04/03 08:55 door 145.222.216.35